Voordat een gemeente een bouw- of aanlegvergunning, een ontgrondingvergunning of een bestemmingsplanwijziging afgeeft dient de archeologische waarde van een terrein door middel van een vooronderzoek bepaald te worden. Onder archeologisch vooronderzoeken worden bureau-, boor- en proefsleufonderzoeken bedoeld, waarbij het bureauonderzoek de eerste stap is. Het product van deze onderzoeken is een rapportage met de noodzakelijke inhoudelijke informatie en advies. Deze rapportage is tevens het schriftelijke bewijs dat u als opdrachtgever aan de eis van de vergunningverlener, in veel gevallen de gemeente, heeft voldaan. Op basis van de informatie en het advies in de rapportage neemt de vergunningverlener een selectiebesluit. Hierbij wordt bepaald of  het terrein kan worden vrijgegeven voor verdere ontwikkeling of dat eventuele archeologische vindplaatsen behoudenswaardig zijn. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn is de initiatiefnemer verplicht hier rekening mee te houden. Dit kan een reden zijn om de plannen aan te passen waardoor de vindplaatsen ter plekke in de bodem behouden blijven (behoud in situ), of  dat een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten noodzakelijk is (behoud ex situ). Ook een archeologische begeleiding behoort in sommige gevallen tot de mogelijkheden.

 

Verdrag van Malta

Het is in Nederland verplicht om bij ruimtelijke besluitvorming de archeologische belangen mee te wegen. In 1992 is in Valletta het Verdrag van Malta ondertekend door Nederland. De belangrijkste uitgangspunten van het Verdrag van Malta zijn het streven naar behoud in de bodem (behoud in situ), het vroegtijdig betrekken van archeologie in ruimtelijke ordeningsprocessen en tenslotte, wanneer behoud in situ niet mogelijk is, het "de verstoorder betaalt" principe. Na het ondertekenen van dit verdrag werd, in afwachting van de implementatie in de Nederlandse wetgeving, steeds vaker al "in de geest van Malta" gehandeld.

 

De Erfgoedwet (1 juli 2016) en Omgevingswet (verwacht 2019/2020)

In deze wetten is de implementatie van het Verdrag van Malta inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed in de Nederlandse wetgeving opgenomen (deze wetten gelden als opvolgers van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WAMZ) en de Wet Ruimtelijke Ordening (WRO)). Dit geldt voor iedereen die bodemingrepen gaat (laten) uitvoeren: zowel particulieren als bedrijven, projectontwikkelaars en (lokale) overheden. Een van de belangrijkste veranderingen voor archeologen is de vervanging van de opgravingsvergunning door een wettelijk geregelde certificering. Archeologenbureau is door certificeringsinstantie ArCeBu gecertificeerd voor werkzaamheden die onder verplicht certificaat vallen en is hiermee bevoegd tot het uitvoeren van alle soorten archeologisch onderzoek op landbodems in Nederland.

 

Voor meer informatie over wet- en regelgeving op het gebied van archeologie verwijzen wij naar de website van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

pijp